70% van het palatum is gevormd door de tongdruk. Dit laat zien dat de tong in de mond een hele belangrijke factor is in de ontwikkeling van de kaak en de groei van de elementen.

Een beperkte tongbeweeglijkheid (door bijv. een te korte tongriem) of een lage tongpositie (door vinger zuigen of open mond gedrag) kan zorgen voor tandscariës en tandsteen bij jonge kinderen. De gevolgen van een afwijkende tongpositie blijven niet beperkt tot een articulatiestoornis (als lispelen of slissen). Enkele kenmerken die gepaard gaan bij afwijkend mondgedrag:
protrusie/retrusie van elementen, een open beet, overbeet of kruisbeet, diastemen en een gotisch gehemelte. Bij volwassenen zijn veel genoemde klachten: kaakgewricht problemen en het loswrikken van de prothese.

Bij een mondademhaling wordt ongezuiverde, droge en koude lucht ingeademd, wat KNO problemen kan veroorzaken. Het neusweefsel verdikt en de achterwand en gehemelte bogen raken minder gevoelig voor prikkels/sensaties, waardoor er minder vaak wordt geslikt en de oren worden geklaard. Een mondademhaling kan ook een veroorzaker zijn van slaapgerelateerde klachten als slaapapneu, bedplassen en tandenknarsen. De kwaliteit van de slaap wordt negatief beïnvloed, waardoor men vermoeid wakker wordt.