Na veel onderzoek is er een therapie ontwikkeld,  waarbij we volgens een vast protocol de spieren in het orofaciaal gebied weer op niveau brengen.

De opbouw van de therapie is als volgt; we starten met een zeer uitgebreide anamnese, waar ook vragen naar voren komen over bijvoorbeeld de kwaliteit van het slapen of de eetgewoontes (bent u gewend om goed te kauwen of eet u met name verwerkt voedsel). Vervolgens doen we onderzoek naar de spieractiviteit in en om het mondgebied. Mochten er belemmerde factoren meespelen als bijv. vinger of speen zuigen, wordt dit voordat de spiertraining wordt ingezet eerst afgeleerd.
Vervolgens werken we, indien nodig, aan de spieropbouw, de tongpositie in rust en tijdens de slik. In sommige gevallen (bij slissen of lispelen) kan de articulatie ook getraind worden.

Om het de nieuwe mondgewoontes te kunnen automatiseren, is het van belang om dagelijks te oefenen. Het vergt veel training om een ingeslepen gewoonte te kunnen veranderen.